Français English Deutsch Italiano Español Nederlands Chinese
Français English Deutsch Italiano Español Nederlands Chinese
 

Het Historisch Centrum

Notre Dame La GrandeSinds haar oorsprong heeft de stad zich gevestigd op een rotsachtig voorgebergte dat aan de samenvloeiing lag van twee waterlopen: de Clain en de Boivre. De geschiedenis van Poitiers begon haar ontwikkeling met de Romeinse verovering in de eerste eeuw vóór onze tijdrekening. De stad kreeg de naam Lemonum en werd de hoofdstad van een uitgestrekt gebied dat door een Gallisch volk, de Pictonen, werd bewoond. Een eerste stadsorganisatie ontstond. Die werd gestructureerd door het aanleggen van enkele straten, van een forum en van openbare gebouwen met thermen en een amfitheater. Naar het einde van III-de eeuw toe werd er een grote omwalling gebouwd.


Vanaf de hoge middeleeuwen kreeg het uitzicht van stad een religieuze stempel. De bouw van een doopkapel (rond de V-de eeuw) illustreerde het begin van het christendom terwijl het romaanse tijdperk werd gekenmerkt door tal van (her)bouwwerven: de kerken Notre-Dame-la-Grande, Saint-Porchaire, Saint-Germain, de kapittelkerken Sainte-Radegonde, Saint-Hilaire (Sint Hilarius), de kathedraal Saint-Pierre (aanvang rond 1160) en de abdijkerk Saint-Jean-de-Montierneuf.
Het was een tijd van vrede en welvaart voor de stad die onder de regering stond van de machtige graven van Poitou – hertogen van Aquitanië. Hun paleis werd op de top van het voorgeberte gebouwd, wat een symbolische plaatsing was ten aanzien van de bisschoppelijke wijk, die van haar kant de oostelijke helling bezette.

Op het einde van de middeleeuwen namen wijngaarden en tuinen intra-muros nog oppervlakten van vrij grote omvang in beslag in de stad. Beetje bij beetje begonnen de architectuur en de versiering zich open te stellen voor de invloeden van de renaissance, die kwamen uit het  nabije Val de Loire: mooie voorname herenhuizen voegden zich tussen de huizen met vakwerk.

In de XVII-de eeuw bevorderde het machtige elan van de contrareformatie de vestiging van een vijftiental religieuze orden, waarvan de uitgestrekte ommuurde kloosterterreinen aan een nieuw en duurzaam stadslandschap zijn vorm gaven. 

Beetje bij beetje echter sluimerde de stad in, verstard als zij was door een netwerk van straten dat nauwelijks was geëvolueerd sinds de middeleeuwen en door de omgording van haar stadsmuur die geen enkele reële functie meer had. We moeten wachten tot het einde van de XVIII-de en  vooral de XIX-de eeuw om de doorboring van die muur door de randwegen te zien en de verbetering van de toegangen naar het hart van stad.

Aan de vooravond van de XX-ste eeuw ontwikkelden de buitenwijken zich buiten de oude site die door de Boivre en de Clain werd bepaald, tot geleidelijk aan, na de tweede wereldoorlog, de aangrenzende hoogvlakten werden bereikt.
Ondanks haar rijke, lange geschiedenis is de stad Poitiers nochtans niet in een onveranderlijk stadslandschap verstard gebleven. De XX-ste eeuw heeft op haar beurt haar stempel gedrukt op het vertrouwde uitzicht van de oude stad door middel van ambitieuze architectuurprogramma's die nieuwe materialen en nieuwsoortige volumes voorstelden.

In het volle hart van de stad lijken de eigentijdse gebouwen niet alleen met de verschillende tijdperken van de bebouwing naast hen, maar ook met de geschiedenis van het eilandje waarop zij werden gebouwd, overeen te stemmen. Vaak hebben de architecten verkozen om dit voortzettingsconcept te verduidelijken door vernuftig overblijfselen van het verleden en nieuwe ontwerpen met elkaar te vervlechten. De moderne gebouwen bewaren zodoende een en ander van het geheugen van de site waarvan zij zich meester maken in zich  (beslist te bekijken: het museum Sainte-Croix, het Regionale Raadsgebouw, het Algemene Raadsgebouw, de Mediatheek François-Mitterrand, l’îlot des Cordeliers (het eilandje van de kordeliers), het nagelnieuwe theater-auditorium).

 

De verkenning van dit rijke stads- en monumentenerfdeel kan worden vergemakkelijkt door gebruik te maken van de "Chemins de Notre-Dame": drie voorstellen van rondwandelingen (met een duur van ongeveer 1u.30’ tot 2 uur elk). Ze worden aangeduid door middel van gekleurde lijnen die op de grond werden geschilderd. Zo kunt u de verschillende wijken van de oude stad verkennen. Ze zullen u aansporen om er rond te slenteren. Ze werden in een lusvorm ontworpen, startend vanaf de kerk Notre-Dame-la-Grande, wat het mogelijk maakt om naar uw uitgangspunt terug te keren. Lezenaars vlakbij de monumenten en informatieplaten op de voorgevels doorspekken deze drie trajecten: de blauwe lijn, de rode lijn en de gele lijn