Dit verhaal heeft als achtergrond de versterkte stad Poitiers op de vooravond van de XIII-de eeuw. Rond Pasen had een bloedverwant van de burgemeester de kans gezien om Engelse gezagsdragers te ontmoeten. Hij aanvaardde voor een grote som geld dat hij hen de sleutels van de stad zou leveren wanneer zij voor de poorten zouden verschijnen.
Toen dit moment was aangebroken, wilde de verrader zich van de sleutels meester maken, maar hij vond ze niet op hun gewone plaats. Toen de burgemeester daarvan op de hoogte was gebracht, ging hij ze eveneens zoeken, maar tevergeefs. Aangezien deze onverklaarde verdwijning erg verontrustend was, begaf de burgemeester zich naar de kerk Notre-Dame-la-Grande met het voornemen de klokken te laten luiden en de inwoners ter hulp te roepen.
Groot waren echter de verrassing en de opluchting van de burgemeester toen hij ontdekte dat de verloren sleutels in de handen staken van een beeld van de Heilige Maagd in het koor van de kerk! Dank zij dit wonder werd de stad een zeer rampzalig lot bespaard. Maar het Engelse leger dat gedurende deze tijdsspanne aan de zuidelijke poort van de stad samenstroomde, gaf het nog niet op. In plaats van de zolang verhoopte sleutels, zagen ze echter plotseling boven de vestingmuur in bovennatuurlijke wolken, de Maagd en het Kind verschijnen samen met de heilige Radegonde en de heilige Hilarius, twee symbolische figuren van Poitiers uit de eerste christelijke eeuwen. Er wordt verteld dat de Engelsen zo volkomen ontzet waren dat ze elkaar per vergissing hebben gedood tijdens een algemene vlucht.
Ter herdenking van deze gebeurtenis werd er in het koor van de Notre-Dame-kerk een beeld geplaatst van de Heilige Maagd die de sleutels draagt. Daar kunnen de bezoekers het ook vandaag nog bekijken. Vroeger werd het meegedragen in de jaarlijkse processies tijdens de drie Kruisdagen.